NL/EO vortaro

Vorto:
Serĉis por "goed doen uitkomen". La serĉado daŭris 0,014 sekundojn kaj produktis 126 rezultojn:
goed doen uitkomenreliefigi
goedbieno, bona, bone, bono, ĝusta, konsentite, korekta, posedaĵo, vestoj
akordi bone kunhet goed kunnen vinden met
aspektigi bonagoed staan
bienobezitting, boerderij, goed, landgoed
bonagoed, okay, okee
bonaĵoeen goed ding, iets goeds
bonegoed, nu goed
bone sortimentitagoed gesorteerd
bonfartihet goed maken, zich goed voelen
bonogoed, welzijn
bonulogoed mens, goeiert
bonvoli aleen goed hart toedragen, het goed voorhebben met
bonvolualsjeblieft, alstublieft, wees zo goed
bravebravo, goed zo
divenprovelukraak, op goed geluk
ĝustagoed, juist, recht
ĝustigigelijkzetten, goed zetten, rechtzetten, stellen
havi bonan famongoed bekend staan
havi bonan ŝancon por sukcesier goed voorstaan
komplezide goedheid hebben, ter wille zijn, zo goed willen zijn
koni bonegoed kennen, vertrouwd zijn met
konsentiteafgesproken, akkoord, goed, in orde, OK, okay, okee, top
korektacorrect, goed, juist
krediticrediteren, te goed houden
moratestobewijs van goed gedrag
moveblaĵoroerend goed
ne havi bonan rezultonniet goed uitpakken
nemoveblaĵoonroerend goed, vastgoed
posedaĵobezit, bezitting, eigendom, goed, vermogen
preskaŭbijkans, bijna, haast, schier, vrijwel, welhaast, zo goed als, zowat
preskaŭ tutezo goed als
preskaŭnovazo goed als nieuw
provdiveneop goed geluk
rebonigiherstellen, repareren, verhelpen, weer goed maken
reliefigigoed doen uitkomen
same boneevengoed, net zo goed
senkoleriĝiweer goed worden
sukcesemet goed gevolg
sukcesi bonegoed uitvallen
trafe maltrafein het wilde weg, lukraak, op goed geluk
vestojgoed, kleding, kleren
bewijs van goed gedragmoratesto
een goed dingbonaĵo
een goed hart toedragenbonvoli al
er goed voorstaanhavi bonan ŝancon por sukcesi
goed bekend staanhavi bonan famon
goed doen uitkomenreliefigi
goed gesorteerdbone sortimentita
goed kennenkoni bone
goed mensbonulo
goed staanaspektigi bona
k.t.p.enz.
doenagi, fari, igi
abdikiafstand doen, bedanken, neerleggen, troonsafstand doen
abortigiaborteren, abortus plegen, doen mislukken
adiaŭigidoen heengaan
afliktibedroeven, beproeven, verdriet doen, verdrieten
agacipijn doen aan de tanden
agiageren, bezig zijn, doen, handelen, optreden, te werk gaan
aglomeriagglomeren, doen samenklonteren, tot een geheel verenigen
aglutiniagglutineren, doen samenkleven, samenplakken, verbinden
alfundigiafzetten, doen bezinken
anatemiexcommuniceren, in de ban doen
apelaciiappelleren, een beroep doen op, in appl gaan, in beroep gaan
apelacii aleen beroep doen op
artifikihandig doen
balancibalanceren, doen schommelen, laten balanceren, wiegelen
banibaden, in bad doen, wassen
boligidoen koken, koken
brogiin kokend water doen, met kokende vloeistof verwonden
butikumiboodschappen doen, winkelen
ĉagrenibedroeven, ergeren, grieven, verdriet doen, verdrieten
degeligidoen ontdooien, ontdooien
deklinidoen afwijken
devojigidoen afdwalen
dilatidoen uitzetten
disfandidoen verdwijnen
disociidissociren, uiteen doen vallen
doloripijn doen, zeer doen
dolorigibezeren, pijn doen, pijn veroorzaken
dormigiin slaap doen vallen
dronigidoen verdwijnen, onderdompelen, verdrinken, verzuipen
ekbruligiaanmaken, aansteken, doen ontbranden, ontsteken, stoken
ekdormigidoen inslapen
ekskomunikiexcommuniceren, in de ban doen
ektimigidoen schrikken, opschrikken, schrik aanjagen
ekzameniĝiexamen doen
elakompaniuitgeleide doen, uitlaten
endormigidoen inslapen
enpoŝtigiop de post doen, posten
enradikiwortel doen schieten
esti bonhavain goeden doen zijn
estigidoen ontstaan, formeren, maken, ontwikkelen
fandidoen smelten, smelten, versmelten, vloeibaar maken
farebladoenlijk, haalbaar, maakbaar, te doen, uitvoerbaar
fariaanmaken, bedrijven, doen, maken, uitbrengen, uitrichten, uitvoeren
fari aĉetojnboodschappen doen
fari ekzamenonexamen doen
fiaskigidoen falen, laten mislukken, verijdelen
fintieen schijnaanval doen
fluidigidoen smelten, smelten
forfandidoen verdwijnen
funkciifunctioneren, het doen, in zijn werk gaan, werken
k.t.p.enz.
uitkomenaperi, efektiĝi, elburĝoniĝi, eliri, eloviĝi, elpaŝi, elveni, konatiĝi, konveni, reliefiĝi, rezulti, veriĝi
aperiopdagen, opdraven, te voorschijn komen, uitkomen, verschijnen
efektiĝibewaarheid worden, uitkomen
elburĝoniĝiontluiken, ontspruiten, uitkomen
eliriuitgaan, uitkomen, uitlopen, uitstappen, uitstijgen, uittreden
eliri suruitkomen op, uitzien op
eloviĝiuit het ei komen, uitkomen
elpaŝinaar buiten komen, optreden, stelling nemen, uitkomen
elveniuitkomen
konatiĝikennis maken, uitkomen
konvenibetamem, gelegen komen, passen, schikken, uitkomen, voegen
malkaŝe dirirond uitkomen voor
malkaŝi diriuitkomen voor
reliefigigoed doen uitkomen
reliefiĝiafsteken, uitkomen
rezultiresulteren, uitkomen, volgen, voortkomen, voortspruiten
trompiĝibedrogen uitkomen
veriĝibewaarheid worden, uitkomen
bedrogen uitkomentrompiĝi
goed doen uitkomenreliefigi
rond uitkomen voormalkaŝe diri
uitkomen opeliri sur
uitkomen voormalkaŝi diri

Viaj preferoj:
> unikodo iksoj
> normala minimuma
(La minimuma stilo funkcias nur en CSS-eblaj grafikaj kroziloj.)

(Bedaŭre, la vortlisto uzas la malnovan nederlandan ortografion.)
Malbela
kodo programita far Juerd Waalboer.